voorwaardelijk

NéerlandaisModifier

ÉtymologieModifier

Composé de voorwaarde, « condition », avec le suffixe -lijk.

Adjectif Modifier

voorwaardelijk \Prononciation ?\

  1. Conditionnel.
    • Voorwaardelijke reflexen.
      Réflexes conditionnés.
    • Voorwaardelijke veroordeling.
      Condamnation avec sursis.
    • De voorwaardelijke wijs.
      Le (mode) conditionnel.
    • Voorwaardelijke zin.
      Proposition conditionnelle.

Adverbe Modifier

voorwaardelijk \Prononciation ?\

  1. Conditionnellement.
    • Hij heeft drie jaar voorwaardelijk.
      Il a eu trois ans de prison avec sursis.

SynonymesModifier

Taux de reconnaissanceModifier

En 2013, ce mot était reconnu par[1] :
  • 99,2 % des Flamands,
  • 100,0 % des Néerlandais.

PrononciationModifier

RéférencesModifier

  1. Marc Brysbaert, Emmanuel Keuleers, Paweł Mandera et Michael Stevens, Woordenkennis van Nederlanders en Vlamingen anno 2013: Resultaten van het Groot Nationaal Onderzoek Taal, Université de Gand, 15 décembre 2013, 1266 p. → [lire en ligne]