zich inbeelden

NéerlandaisModifier

ÉtymologieModifier

Composé de zich et de inbeelden.

Verbe Modifier

zich inbeelden \Prononciation ?\ pronominal

Présent Prétérit
ik beeld in beelde in
jij beeldt in
hij, zij, het beeldt in
wij beelden in beelden in
jullie beelden in
zij beelden in
u beeldt in beelde in
Auxiliaire Participe présent Participe passé
hebben beelden ind ingebeeld
  1. S’imaginer.
    • Hij heeft zich die ziekte ingebeeld.
      Il s’est imaginé qu’il souffre de cette maladie.
  2. (Figuré) Se gober, se faire des idées sur soi-même.
    • Wat beeldt hij zich wel in?
      Pour qui se prend-il ?

SynonymesModifier