NéerlandaisModifier

ÉtymologieModifier

Étymologie manquante ou incomplète. Si vous la connaissez, vous pouvez l’ajouter en cliquant ici.

Verbe Modifier

Présent Prétérit
ik lijk leek
jij lijkt
hij, zij, het lijkt
wij lijken leken
jullie lijken
zij lijken
u lijkt leek
Auxiliaire Participe présent Participe passé
hebben lijkend geleken

lijken \lɛj.kə:\ intransitif

  1. Ressembler.
    • hij lijkt op zijn vader
      il ressemble à son père
  2. Paraître, sembler.
    • hij lijkt moe te zijn
      il semble être fatigué
    • het lijkt me duidelijk dat
      il me semble évident que
    • door die spiegel lijkt de kamer groter
      cette glace agrandit la pièce
    • hij lijkt jonger dan hij is
      on ne lui donnerait pas son âge
    • niets bijzonders lijken
      n'avoir l'air de rien
    • het / alles lijkt erop dat
      tout porte à croire que
    • hij lijkt wel gek!
      ma parole, il est fou !
    • het lijkt me niet dat
      il ne me semble pas que (+ subjonctif)
    • zij leek razend
      elle avait l'air furieuse / furax
  3. Convenir.
    • lijkt u dat wat?
      ça vous va, ça vous ira ?

DérivésModifier

Taux de reconnaissanceModifier

En 2013, ce mot était reconnu par[1] :
  • 99,2 % des Flamands,
  • 99,7 % des Néerlandais.

PrononciationModifier

  • (Région à préciser) : écouter « lijken [lɛj.kə:] »
  • Pays-Bas (partie continentale) (Wijchen) : écouter « lijken [Prononciation ?] »

RéférencesModifier

  1. Marc Brysbaert, Emmanuel Keuleers, Paweł Mandera et Michael Stevens, Woordenkennis van Nederlanders en Vlamingen anno 2013: Resultaten van het Groot Nationaal Onderzoek Taal, Université de Gand, 15 décembre 2013, 1266 p. → [lire en ligne]