Étymologie

modifier
Étymologie manquante ou incomplète. Si vous la connaissez, vous pouvez l’ajouter en cliquant ici.
Présent Prétérit
ik vat aan vatte aan
jij vat aan
hij, zij, het vat aan
wij vatten aan vatten aan
jullie vatten aan
zij vatten aan
u vat aan vatte aan
Auxiliaire Participe présent Participe passé
hebben vatten aand aangevat

aanvatten \Prononciation ?\ transitif

  1. Prendre.

Synonymes

modifier

Antonymes

modifier

Taux de reconnaissance

modifier
En 2013, ce mot était reconnu par[1] :
  • 98,7 % des Flamands,
  • 78,5 % des Néerlandais.

Prononciation

modifier

Références

modifier
  1. Marc Brysbaert, Emmanuel Keuleers, Paweł Mandera et Michael Stevens, Woordenkennis van Nederlanders en Vlamingen anno 2013: Resultaten van het Groot Nationaal Onderzoek Taal, Université de Gand, 15 décembre 2013, 1266 p. → [lire en ligne]